Ras: Akita
Andere naam: Japanse Akita
Oorsprong: Japan
Gehouden als: Beveiligings en gezelschapshond
Grootte: Reuen 67 cm, teven 61 cm. Er is een tolerantie van 3 cm naar boven of naar beneden.
Gewicht: 34-50 kg
Kleur: Rood, Brindle, Wit en Sesam.
Vachtsoort: Harde boven vacht net een fijne ondervacht
Gem. Leeftijd: 10-12 Jaar
Uitgebreidde rasbeschrijving:
Algeheel voorkomen:
Grote hond, robuust gebouwd, goed van verhoudingen en met veel substantie. Secondaire geslachtskenmerken bescheiden gedragen met veel adel en waardigheid.
Proportie: De verhouding hoogte tot lengte van het lichaam bedraagt 10:11
Gedrag en temperament: Het temperament is bedaard, trouw, volgzaam en gemakkelijk in de omgang, doch zeer dominant in de omgang met andere honden.
Hoofd: Ruime vlakke schedel, aan de voorkant breed met een duidelijke aangegeven stomp en een goed zichtbare rimpel over het voorhoofd, matig ontwikkelde wangen, matig lange krachtige snuit. De neus is recht en heeft een dikke zwarte neusspiegel; een lichtere kleur is toegestaan bij witte honden. Gesloten lippen.
Ogen: Naar verhouding klein, bijna driehoekig van vorm, goed uit elkaar geplaatst. Aziatische uitdrukking. Donkerbruin van kleur. Hoe donkerder hoe beter.
Oren: Naar verhouding klein, dik en driehoekig, licht naar voren neigend en duidelijk gespitst. Gescheiden door een matig brede tussenruimte en enigszins afgerond aan de punten.
Gebit: Krachtig, scharend gebit.
Hals: Dik en gespierd, zonder keelhuid, in verhouding passend bij het hoofd.
Lichaam: Hoge schoft, rechte korte rug, brede en gespierde lendenen, diepe borst en goed ontwikkelde voorborst. Matig gebogen ribben en goed opgetrokken buik.
Ledematen: Schouders zijn matig schuin geplaatst en goed ontwikkeld. Voorbenen zijn recht en zwaar van bot. Ellebogen zijn tegen het lichaam geplaatst en middenvoeten enigszins schuin. Lange dijen, korte onderschenkels, sterke spronggewrichten. Matig gehoekt.
Voeten: Dik, rond en aangesloten. Harde nagels. Kattenvoet.
Staart: Hoog aangezet, dik, krachtig gekruld over de rug gedragen; Uitgerold reikt de punt van de staart bijna tot aan het spronggewricht. De staart moet altijd gekruld zijn, naar rechts, links of dubbel gekruld.
Gangwerk: Veerkrachtig en sterke bewegingen.
Vacht: De bovenvacht is hard en recht, de ondervacht zacht en dicht. De schouders en de romp zijn bedekt met iets langer haar, het haar op de staart is langer dan op de rest van het lichaam.
Kleur: Rood, Brindle, Wit en Sesam. Alle kleuren behalve wit moeten het Urajiro vertonen. "Urajiro";Witte vacht op de zijkanten van de kaak, onderkant van de kaak, onderkant van de borst, onderkant van het lichaam, onderkant van de staart en de binnenzijde van de benen.
Schofthoogte: Reuen 67 cm, teven 61 cm. Er is een tolerantie van 3 cm naar boven of naar beneden.
Fouten: Vrouwelijk lijkende man, mannelijk lijkende vrouw. Ondervoor- en bovenvoor bijter. Gevlekte tong. Te korte staart. Zwart masker, markeringen op witte achtergrond(Pinto). Schuwheid (angst).






