Ras: Australian Cattledog
Andere naam: Queensland Heeler, Bleu Heeler en Hall's Heeler
Oorsprong: Australië
Gehouden als: Veedrijver en gezinshond
Grootte: Reuen 46-51 cm en teven 43-48 cm
Gewicht: 16-20 kg
Kleur: Rood en blauw
Vachtsoort: Bovenvacht is kort en weerbestendig en de ondervacht is kort en dik
Gem. Leeftijd: 12 Jaar

Kenmerken:
- Donkere ogen
- Diepe en brede borst
- Brede en ronde poten
- Opstaande oren die wijd uit elkaar staan
- Sterke en rechte rug

Herkomst:
Toen bleek dat geïmporteerde herdershondenrassen niet voldeden bij het naar de markt drijven van vee, besloten Australische boeren zelf een hond te ontwikkelen. Aan de wieg van de Australian Cattledog hebben gestaan: Bull Terriër, Dalmatische Hond, Kelpie, Red Deer Dingo en de blue merle Collie. Het resultaat is een echte werkhond waarover de Australiërs zeggen: "hij eet alles wat hem niet eerst opeet"

Algemeen voorkomen: Een stoere, gedrongen werkhond. Symmetrisch gebouwd met krachtige, goed gespierde voor- en achterhand.

Vacht:
De ondervacht is kort en dicht. De bovenvacht is tamelijk kort, recht en weerbestendig. Kleur: blauw gespikkeld, al dan niet met roestbruin, met zwarte of blauwe aftekeningen of rood gespikkeld al dan niet met donkerrode aftekeningen

Gebruik:
Herdershond, een kundig drijver ('heeler') van vee, paarden, geiten en vogels

Gezondheid: Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en de aanwezigheid van erfelijke oogafwijkingen

Aard: Onbevreesd, moedig, vastberaden, steeds alert, zeer schrander, enorme plichtsbetrachting, trouw, instinctieve neiging tot bescherming van zijn baas en diens eigendommen, wantrouwend tegenover vreemden. Iets wild door het ingekruiste Dingobloed.