U bevindt zich hier: B Honden met een B (1 t/m 25) Boerboel

Ras: Boerboel (Niet erkend door de FCI)
Oorsprong:
Zuid-Afrika
Gehouden als:
Waakhond
Grootte:
Reuen min. 66 cm en teven 61 cm
Gewicht:
50-90 kg
Kleur:
Lichtgeel tot donkerrood met een masker
Vachtsoort:
Kortharig en voelt zacht aan
Gem. Leeftijd:
12 Jaar

Nieuwe pagina 1

De Boerboel Historie:
In woordenboeken en encyclopedieën zal men de volgende definitie vinden van een boerboel: een grote boerderijhond met onzekere oorsprong. Gelukkig is dit iets uit het verleden. Zuid-Afrika's eigen hond, de Boerboel, is nu een volledig volwassen hondenras. Langdurig onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat de voorouders en bloedlijnen van de Boerboel tot in de tijd van Herodotus en tot in Tibet, Assirië en Babylon kunnen worden teruggevoerd. In Assirië werden honden gebruikt als soldaten, zelfs met versterkte harnassen uitgerust om zich te beschermen. Toen Assurbanipal Egypte veroverde, werden deze honden ook meegenomen
en werden zo verder verspreid over de toen bekende wereld. Wat later was Alexander de Grote verantwoordelijk voor het verspreiden van deze honden over Europa. Blijkbaar krijgt hij in het jaar 326 voor Christus een presentje, namelijk 156 van deze grote honden die speciaal getraind waren om leeuwen en olifanten
te bevechten. Door de eeuwen heen hebben deze honden zich in twee definitieve typen ontwikkeld, het mastiff-type dat gebruikt werd voor bescherming en als soldaat en een hond die werd gebruikt voor jachtdoeleinden. Allebei waren het stevige, goedgebouwde, grote, typische werkhonden met enkele kleine verschillen in voorkomen en bouw. Het is bekend dat alle nu bekende honden in de westerse wereld afstammen van deze twee typen honden. Ongeveer 600 jaar geleden
zijn de Europeanen begonnen met het gespecialiseerd fokken van deze twee typen honden en zijn er door selectie en kruisen tal van andere rassen ontstaan.
Sommige honden werden speciaal gefokt voor het jagen, anderen werden geleerd om te apporteren van de prooi of het bewaken van het vee. Er waren nog een eindeloos rij andere taken waarvoor de hond werd ingezet, maar de basis van al deze honden was nog altijd het sterke ras uit het verleden. Toen Jan van Riebeeck naar de Kaap kwam in 1652 bracht hij zijn eigen sterke grote hond mee om hem en zijn familie te beschermen in het wilde en onbekende stuk land. Deze hond stond bekend als "De Bullenbijter", een grote zware mastiff-hond. Op dit moment in de tijd was de "oerhond" flink gediversifiseerd en veel landen uit de westerse wereld hadden hun eigen kenmerkende ras hond. De kolonisten die zich na Jan van Riebeeck vestigden brachten eveneens hun sterkste honden mee om zichzelf en familie te beschermen
tegen al die onbekende gevaren van het vreemde land. Er arriveerden dus honden uit veel verschillende landen. Doordat de pioniers zich steeds verder landinwaarts verplaatsten, raakten de honden ook steeds meer geïsoleerd en vond er
dus inteelt plaats. Dit had tot resultaat dat de karakteristieke eigenschappen van de originele Assirische hond weer te voorschijn kwamen. Overleven was het meest belangrijke en de hardheid van de Boerboel (tot op de dag van vandaag) is daar op terug te voeren. Aangezien er geen dierenarts en medicijnen aanwezig waren, moesten de honden in grote mate voor zichzelf zorgen en opkomen.
Tijdens "De Grote Trek" waren de kenmerken van de Boerboel goed herkenbaar, te zien op oude tekeningen. Echter na "De Grote Trek" vond er op de meest afgelegen boerderijen nog meer inteelt plaats en alleen de grootste en sterkste honden overleefden.

Zijn pionierbaasjes eisten van hem een goede vriend van de familie te zijn, een werk-, waak- en vechthond. Ze konden zich niet veroorloven om een ongehoorzame, humeurige, ziekelijke hond te hebben, ze moesten op hem kunnen vertrouwen dat hij de familie beschermde, dat hij werkte, doodde en vocht. Omstreeks het jaar 1900 waren de karakteristieken van de "oerhond" weer duidelijk zichtbaar en deze hond stond bekend onder de naam: "Bole". De jaren die hier op volgden werden de Boerboel bijna fataal. De trek naar de stad (urbanisatie) zorgde voor veel kruisingen
tussen rassen, ook bij de Boerboel. Alles wat kon blaffen kruiste met elkaar en de typische "bole" begon te verdwijnen. Het was pas in de jaren tachtig van de afgelopen eeuw dat er een serieuze speurtocht op touw werd gezet met als doel: het vinden
van de oorspronkelijke boerderijhond. Een aantal dappere mensen namen het initiatief om de SABT, South African Boerboelbreeders Association, op te richten. Het hoofddoel van hen was om de originele Boerboel zijn rechtmatige plaats te laten innemen als unieke Zuidafrikaanse hond tussen de andere hondenrassen op de wereld. Een speurtocht over duizenden kilometers volgde. Geselecteerd fokken begon, teleurstellingen volgde, maar ook immense vreugde. Eindelijk, de hond van onze voorvaders was klaar om geregistreerd te worden als een puur ras. In de tussentijd is de SABT uitgegroeid tot een vereniging met meer dan 500 leden verspreid over heel Zuid-Afrika en Namibië.

In augustus van 1980 werd de eerste selectietoer ondernomen door Jannie Bouwer uit Bedford en Lucas van de Merwe uit Kroonstad. De vrouw van Lucas, Anneke, ging mee als secretaresse. In totaal 5500 kilometer werd er gereisd om 250 honden te keuren, waarvan er slechts 72 werden geselecteerd om geregistreerd te worden.
De grote droom begon vorm aan te nemen.....



Het Karakter van de Boerboel:
De Boerboel is het enige ras in de wereld dat gefokt wordt om te waken en te beschermen. Een onbeheerste hond die humeurig blijft na een berisping, mag geen Boerboel worden genoemd. Een Boerboel heeft een zeer stabiel en evenwichtig karakter. Dit is en zal altijd zijn beste karaktereigenschap moeten zijn. Je eigen Boerboel zal zich moeten kwalificeren om je beste vriend te worden. Hij moet weten wat je denkt en voelt, wanneer jij je bedreigt voelt. Hij moet weten wanneer je je goedkeuring of ongenoegen over een onbekende duidelijk maakt door worden of uitdrukkingen. Hij moet je angst herkennen. En iedere Boerboeleigenaar
moet dit kunnen bevestigen.

Deze karaktereigenschappen moeten herkenbaar zijn vanaf de puppy-tijd: Hij zou met een grom duidelijk moeten kunnen maken: "Ik ben d'r altijd en ik bescherm je met mijn leven". Als je hem toelaat om aan te vallen, zal hij grommen als een leeuw en vecht woest zonder zijn eigen veiligheid in acht te nemen. Geen wonder dat Aristoteles de voorvaders van de Boerboel Leontix noemde, wat betekent: Leeuwenzonen. De Romeinen dachten dat deze honden blijkbaar verkregen waren door het kruisen van een hond met een leeuw. Er zijn gevallen over de Boerboel bekend dat deze keer op keer het gevecht won van een Luipaard. Hij is zeker een kindervriend en een speelkameraadje voor de kinderen. Hij accepteert niet alleen 1 persoon van de familie als baas, maar accepteert de bescherming van de hele familie als zijn taak en heeft affectie voor de hele familie, zonder uitzondering. Het voelt voor hem alsof de hele familie van hem is en het zijn enige doel is om hen te beschermen, als het moet met zijn leven.

Onze voorouders eisten het volgende van hun Boerboel: Gedurende de dag moet de hond mee met de kinderen naar het veld om aldaar de schapen te beschermen en een haas te vangen voor de lunch. Hij moet hen ook beschermen voor alle gevaar dat op hen loert. En in de avond hoort hij voor het vuur te liggen en te beschermen tegen alle gevaar wat uit de duisternis naar voren komt.

( Informatie bron ALDO )