Ras: Bullmastiff
Oorsprong: Groot-Brittannië
Gehouden als: Waak en gezinshond
Grootte: Reuen 63,5 cm en teven 61-66 cm
Gewicht: Reuen 50-63 kg en teven 40-50 kg
Kleur: Rood-gestroomd, rood, lichtgeel-bruin en zwart gestroomd
Vachtsoort: Stugge, korte en platte vacht
Gem. Leeftijd: 10-12 Jaar
Geschiedenis:
De naam Bullmastiff zegt het eigenlijk zelf al, dit ras is gefokt uit de Bulldog
en de Mastiff. Deze beide rassen zijn al zeer oud en vonden ook hun oorsprong in
Engeland. Altijd al vinden we in de geschiedenis dat honden in dienst stonden
van de mens. Als jachthond, veedrijver, bewaker van
huis
en hof, als beschermer van de kudde, maar zeker ook als oorlogshond. Zeer grote
honden trokken met de legers mee ten strijde. Deze honden werden uitsluitend
gefokt en geselecteerd op hun werkkwaliteiten. Zo vinden we in de ontwikkeling
van de Mastiff de oorlogshond terug. Engeland bezat toen al heel grote honden.
Ook andere volkeren zoals de Romeinen hielden van deze oorlogshonden en zo
ontdekten de Romeinen bij de inval in Groot-Brittannië deze grote Mastiffs die
nog groter bleken te zijn dan de doggen van Rome. Toen werden enkele van deze
honden mee naar Rome genomen om ze daar in te kruisen met de lokaal gefokte
doggen van Rome (is misschien ook de basis geweest voor de ontwikkeling van de
Franse, Duitse en de Doggen van Zwitserland?). De Engelse Bulldog die toen nog
bekend stond als de vechter in de arena, wiens voorouders uit Spanje kwamen en
in Engeland nog een tijd gefokt werden voor de hondengevechten, heeft zich na
het verbod op deze gevechten gelukkig ontwikkeld tot de hedendaagse rustige en
volkomen betrouwbare huis- en showhond. Echter, de toenmalige Bulldog was niet
de goede lobbes van nu. Hij was uiterlijk hoger op de benen, minder zwaar
gebouwd met een zwaar hoofd, wel erg lenig en bijzonder temperamentvol en een
grage bijter. Meer weten?
Klik hier.
Het Karakter:
Het karakter van de Bullmastiff is bepaald door het soort werk, waarvoor dit ras
in eerste instantie bedoeld was.
De Engelse jachtopzieners hadden behoefte aan een lenige, sterke en gehoorzame
hond, die zelf beslissingen zou kunnen nemen als hij alleen aan het werk was. In
het begin van de 20e eeuw was de Engelse wetgeving zo streng, dat stropers er
werkelijk alles voor over hadden om te kunnen ontsnappen. Voor de veiligheid van
de jachtopziener, was de NACHTHOND VAN DE JACHTOPZIENER niet alleen een aanwinst
voor deze man maar een noodzakelijkheid.
De originele jachtopzieners honden waren veel agressiever dan voor de
hedendaagse Bullmastiff nodig of aanvaardbaar is. De vro
egere
Bullmastiffs woonden met hun bazen in onbewoonde eenzame bossen.
Vandaag de dag zijn deze landelijke en eenzame levensgewoonten een zeldzaamheid
voor mens en dier. De huidige Bullmastiff kan een uitstekend waakhond zijn en
toch vredig en sociaal in onze moderne dichtbevolkte samenleving leven.
Toch moet men in gedachte houden dat het temperament van de Bullmastiff gericht
is op waken. Deze hond kon een volledig wanhopige man pakken, neerleggen en
vasthouden. De Bullmastiff is echter anders dan de meeste waakhondenrassen omdat
hij een onafhankelijke mening heeft. Als je de bezitterige aard combineert met
de onafhankeljke geest en daarbij optelt de lenigheid, de intelligentie en de
kracht van een hond met deze afmetingen zoals vermeld in de standaard, dan is de
uitkomst: een heel indrukwekkende hond.
De Bullmastiff kan verschrikkelijk lief en zachtaardig zijn maar zich ook
gedragen als een volslagen idioot, afhankelijk van de situatie. Soms zie je ze
opgerold een dutje doen tussen kleine kindertjes of kijken ze samen televisie.
Ook zie je ze vaak op de rug liggen met alle vier de poten in de lucht.
Elke Bullmastiff heeft een eigen persoonlijkheid. Wat hier echter geschreven
staat gaat over de Bullmastiff met de juiste persoonlijkheid zoals vereist voor
het ras.
Meer weten? Klik
hier
Rasstandaard:
Algemeen beeld:
Krachtig gebouwd, symmetrisch, met veel massa, maar niet lomp, evenredig actief.
Karakteristieken:
Krachtige bouw, uithoudingsvermogen, actief en betrouwbaar.

Hoofd en schedel:
Schedel groot en vierkant vanuit elke hoek bekeken, met plooivorming als hij
geïnteresseerd is maar niet in rust. De omvang van de schedel mag evenveel
centimeters meten als de hoogte van de schoft. De schedel moet breed en diep
zijn, met goed opgevulde kaken. Geprononceerde stop. Voorsnuit kort. De afstand
van de neuspunt tot de stop moet bij benadering eenderde zijn van neuspunt tot
de occiput. Breed onder de ogen. De neusrug is breed tot het einde bij de
neuspunt. De voorsnuit is stomp en vierkant en vormt een rechte hoek met de lijn
over de neusrug. De massa van de voorsnuit moet in overeenstemming zijn met de
massa van de schedel. De onderkaak moet breed blijven tot het einde. De
neusspiegel moet breed zijn, met wijd geopende neusgaten. De neus ligt vlak,
noch puntig noch opwaarts gebogen. De lippen niet overhangend, nooit beneden de
onderkant van de onderkaak.
Ogen:
Donker of hazelnootkleurig en van middelmatige grootte, zover uit elkaar
geplaatst als de breedte van de neusrug en tussen de ogen een groeve. Lichte of
gele ogen hoogst ongewenst.
Oren:
V-vormig naar achteren gevouwen. Hoog en ver uit elkaar aangezet en geeft
met de bovenkant van de schedel een vierkante indruk, welke zeer belangrijk is.
De oren zijn klein en donkerder van kleur dan de kleur op het lichaam. De punt
van het oor komt ter hoogte van het oog wanneer de hond alert is. Rose-oor is
hoogst ongewenst.
Mond en gebit:
Gebit bij voorkeur tanggebit, lichte ondervoorbeet is toegestaan doch niet
geprefereerd. Hoektanden groot ontwikkeld en ver uit elkaar geplaatst. Overige
tanden sterk, recht en goed geplaatst.
Hals:
Goed gebogen en van middelmatige lengte, zeer gespierd en van bijna dezelfde
omtrek als de omvang van de schedel.

Voorhand:
Borst breed en diep, goed tussen de voorbenen geplaatst met een diepe
voorborst. Gespierde schouders, schuin liggend en krachtig maar niet beladen.
Voorbenen krachtig en recht met zwaar bot. Goed uit elkaar geplaatst
zodat er een krachtig recht front ontstaat. Sterke en rechte middenvoeten.
Lichaam:
Rug kort en recht, wat de hond een compacte indruk geeft, doch nooit zo kort
dat het hinderlijk wordt bij de beweging. Karperruggen en doorgezakte ruggen
hoogst ongewenst.
Achterhand:
De lendenen zijn breed en gespierd met behoorlijk diepe flanken. Achterbenen
sterk en gespierd met goed ontwikkelde onderdijen, die kracht en beweeglijkheid
geven. Nooit lomp. Hakken middelmatig gehoekt. Koehakkig is hoogst ongewenst.
Voeten:
Goed gebogen tenen (katvoet) met harde teenkussens. Donkere teennagels
gewenst. Spreidtenen hoogst ongewenst.
Staart:
Hoog aangezet-breed bij de aanzet, smal uitlopend en tot de hak reikend. Hij
wordt recht of licht gebogen hangend gedragen, doch nooit zo ver over de rug of
zo hoog als bij brakken. Knik of kronkelstaarten hoogst ongewenst.
Beweging:
De beweging toont kracht en straalt vastberadenheid uit. Als de hond recht
loopt mogen voor- noch achterbenen elkaar kruisen. Het rechtervoorbeen en linker
achterbeen worden tegelijk voortbewogen. Een goede ruglijn gecombineerd met een
krachtige achterhand geeft een goede balans en een harmonisch gangwerk.
Vacht:
Kort en hard, weerbestendig, vlak aanliggend.
Lang, zijd
eachtig
of wollige vacht is hoogst ongewenst.
Kleur:
ledere tint van gestroomd, zandkleurig of rood. De kleur dient zuiver te
zijn. Een kleine witte aftekening op de borst is toegestaan. Andere witte
aftekeningen zijn ongewenst. Een zwarte voorsnuit is essentieel, omhooglopend
afnemend tot en zwart rond de ogen. Dit geeft de typische expressie.
Schofthoogte: Reuen: 63,5 cm tot 68,5 cm. Teven: 61 cm tot 66 cm.
Gewicht:Reuen: 49,9 kg. tot 59 kg. Teven: 41 kg. tot 49,9 kg.
Fouten:
ledere afwijking van de voorgenoemde punten moet als fout gezien worden. De
waarde van die fout moet ten opzichte van het totaal aangerekend worden. Reuen
moeten twee ingedaalde testikels hebben en zichtbaar zijn in het scrotum.
( Informatie bron Bullmastiff club )( Foto's Newsensation )






