Ras: Dogo Argentino
Oorsprong: Argentinië
Gehouden als: Gezelschapshond
Grootte: 60-65 cm
Gewicht: 40-50 kg
Kleur: Wit
Vachtsoort: Glanzend, kort, dik en glad
Gem. Leeftijd: 10-11 Jaar
Korte geschiedenis over de Dogo Argentino:
De standaard van de Dogo Argentino is opgesteld in het jaar 1928.
Deze standaard werd voor het eerst gepubliceerd in het tijdschrift "DIANA" in
het jaar 1947 te Buenos Aires.
De schepper van het ras, Dr. Antonio Nores Martinez werd tijdens de jacht
vermoord in de provincie Cordoba op 2 december 1956.

Zijn broer, Dr. Agustin Nores Martinez Is op 3 februari 1954 begonnen met het
registreren van zijn gefokte Dogo Argentinos en tot zijn dood, in het jaar 1978,
werden door hem 1031 pups ingeschreven onder de kennel naam "DEL CHUBUT".
De Dogo Argentino is als ras erkend door de Argentijnse Kennel Club (Federacion
Cinologica Argentina: F.C.A.) op 2O maart 1964.Door de Federation Cynologique
International (F.C.I) werd de Dogo Argentino als ras erkend op 3I juli 1973.
De eerste Dogo Argentino show werd gehouden op 20 juni 1971 en wel te Buenos
Aires.
De Dogo Argentino is het eerste inlandse ras dat in Argentinië is ontstaan.
Om de Dogo Argentino te scheppen werden in het verleden 10 hondenrassen
gebruikt.
Deze rassen zagen er vroeger natuurlijk heel anders uit dan de hedendaagse, die
hun oorspronkelijk doel hebben verloren.
Hieronder nog een voorbeeld van de rasstandaard Dogo.
Rasstandaard van de Dogo Argentino:
Schedel: Massief, rond. De ronding van de schedel wordt veroorzaakt door de
kauwspier, de hapspier en aan de achterkant door de nekband en de armhoofdspier.
Voorsnuit: Heeft dezelfde lengte als de schedel. Het hoofd vertoont, van
profiel gezien, een ronde schedel, gevormd door de sterke spieren. De voorsnuit
geeft het idee dat hij iets naar boven wipt bij de neus. Met andere woorden, de
hond heeft een dogachtige schedel en de voorsnuit van een jachthond.
Ogen: Donker of amandelkleurig. Zwaar ooglid. De pigmentatie rond de ogen
moet zwart of licht zijn. De ogen moeten goed uit elkaar staan en een levendige,
intelligente, doch tegelijkertijd ook een harde uitdrukking hebben.
Kaken: De kaken moeten goed geproportioneerd en sterk zijn met grote
tanden, die diep in de kaken staan. Het belangrijkste is, dat het gebit homogeen
en vooral goed sluitend is. De hond mag geen cariës en onregelmatigheden in
boven- of ondergebit hebben. Het is belangrijk, dat de 4 hoektanden groot en
duidelijk zijn en perfect kruisen als ze hun prooi vasthebben.
Neus: Moet sterk zwart gepigmenteerd zijn en een lichte welving in de
punt van de neus vertonen. De neusgaten moeten wijd zijn.
Oren: Moeten aangezet zijn naast de hoogste kant van de schedel. Ze
moeten staand of half staand gedragen worden. De vorm is driehoekig en de oren.
Lippen: De lippenpartij moet goed droog zijn. Dus ze mogen niet hangen.
Ze horen zwart gepigmenteerd te zijn. Occiput Deze mag niet uitsteken. Door de
sterke halsspieren en banden is deze knobbel niet zichtbaar.
Hals: Deze moet sterk en gebogen zijn, maar toch een bepaalde gratie
vertonen. De keelhuid moet dik zijn en plooien hebben zoals bij de Mastiffs en
Bulldogs en niet strakgetrokken, zoals bij de Bullterrier.
Borst: Breed en diep. Het idee gevend, dat er grote longen aanwezig zijn.
Het borstbeen moet voorbij de ellebogen komen.
Thorax: Met veel volume. Van de zijkant gezien moet hij de ellebogen
passeren.
Schoft: Hoog geplaatst en sterk, met grote spierontwikkeling.
Wervelkolom: Moet hoog zijn bij de schoft, schuin naar beneden lopen en
bij de lendenpartij licht gewelfd zijn.
Voorbenen: Moeten recht en massief zijn, met korte en compacte tenen.
Lendenpartij: Sterk gespierd.
Achterhand: Sterk gespierd en goed gehoekt. Voeten moeten compact zijn en
mogen geen hubertusklauw hebben.
Staart: Moet lang en dik zijn. Wordt op een natuurlijke wijze naar
beneden gedragen. Bij actie wordt de staart hoog gedragen met een voortdurende
laterale beweging, zoals wanneer hij zijn baas bij thuiskomst begroet.
Diskwalificerende fouten: glasoog doofheid vlekken op het lichaam
hangende lippen windhondenhoofd type lange oren hoogte onder de 60 cm meer dan
66n vlek op het hoofd ongeproportioneerd fysiek hazenlip
witte neus of veel wit op de neus een klein beetje gebrek aan pigmentatie wordt
getolereerd Hubertusklauw is geen diskwalificerende fout, maar kan de hond wel
punten kosten.
Pigmentvlekken: De Dogo Argentino is een witte hond, dat wil zeggen dat
de vacht over het hele lichaam wit is. De vacht is van korte en harde structuur.
De standaard meldt dat een klein vlekje op het hoofd getolereerd wordt. Dit
houdt in dat slechts heel weinig kleur in de vacht acceptabel is en dan ook nog
alleen op de aangegeven plaats, dus niet op het lichaam. Vaak ziet men donkere
pigmentvlekken op de huid, deze zijn bij de pup al waar te nemen op de buik. Na
een jaar kunnen die vlekken zich nog op andere delen van het lichaam
ontwikkelen. Deze vlekken zijn nodig om de hond zijn pigment te laten behouden.
De standaard schrijft
immers voor, dat de oogomranding zwart moet zijn, evenals de neusspiegel. Ook de
lippen dienen rijk aan pigmentatie te zijn, dat wil zeggen, zwarte en geen
vleeskleurige mondomranding. Ook is het wenselijk pigment te behouden in het
gehemelte en aan de binnenzijde van de wangen. Puppen worden pigmentloos
geboren. De ontwikkeling van pigment neemt men eerst waar na de leeftijd van 10
dagen. Er vormen zich dan kleine pigmentvlekjes op de neus die zich met het
ouder worden verder ontwikkelen. De gehele ontwikkeling van pigment op neus,
oogomranding en lippen kan 1 1/2 jaar in beslag nemen.
Pigmentverlies: Bij het fokken van de Dogo Argentino dient de fokker er
rekening mee te houden, dat bij het streven naar geheel witte honden het
probleem ontstaat van pigmentverlies. Men ziet dat de oogomranding niet meer tot
stand komt evenals een niet geheel zwarte neusspiegel en soms ook roze lippen.
Het verloren raken van pigment brengt grote nadelen met zich mee, namelijk
doofheid en de. letale factor. Dat wil zeggen, dat bij het aanwezig zijn van
deze factor de hond op zeer jonge leeftijd komt te overlijden.
Doofheid en epilepsie: Doofheid komt regelmatig voor bij dit ras. Een
goede fokker test de pups voordat de nieuwe eigenaar deze komt ophalen.
Epilepsie is ook een gezondheidsprobleem wat hier en daar in deze fokkerij
voorkomt. Meestal wordt epilepsie pas zichtbaar na 1 1/2 jaar. Echter in het
nest zult u geen aanwijzingen aantreffen die op deze kwaal duiden. Natuurlijk
zal een goede zichzelf respecterend fokker zal voordat hij een combinatie van
ouderdieren toepast, nagaan of er meerdere gevallen bekend zijn bij de
voorouders. Soms zit dit probleem meerdere generaties terug en kan men geen
controles doen. Ook de importhonden geven de garanties niet, men weet vaak niets
of weinig van deze voorouders.
Vraagt u daarom aan de fokker van uw pup wat voor schriftelijke garanties hij
i.z. erfelijke afwijkingen geeft. Wij adviseren schriftelijke garanties, daar
gebleken is dat mondelinge garanties m.b.t. de bewijslast moeilijk in
behandeling te nemen zijn mocht u achteraf problemen krijgen.
Glasoog: Soms komt men een Dogo Argentino tegen die een donker en een
heel lichtblauw oog heeft. Het komt ook wel voor dat men twee ogen waarneemt die
heel lichtblauw van kleur zijn. Dit noemt men een glasoog en is een ongewenste
eigenschap bij de Dogo Argentino.
De vorm van de lippen: Het is soms moeilijk om de rasstandaard juist te
interpreteren. Wanneer dat blijkt dan kijkt men voor welke functie de hond
gefokt is. Of de Dogo Argentino nu een echte Molosser of een zuivere dogachtige
is, daarover kan men
veel gedachten tegenover elkaar zetten. Het is zeker niet de bedoeling geweest
van de bouwers van het ras om een dogachtige Dogo Argentino te fokken (immers
alleen in Nederland is de Dogo Argentino onderverdeeld bij de groep Dogachtigen).
De dogachtigen staan immers geboekt als beschermers van huis en hof en om ten
strijde te trekken in de oorlogen. De makers van de Dogo Argentino wilden in hem
een jachthond op groot wild zien, met sterke neus en goede wendbaarheid. Niet te
zwaar en niet te licht van bouw.
Wanneer we teruggaan naar de lipvorm, dan is het makkelijk te begrijpen wat de
standaard aangeeft. Niet overhangend zoals de meeste dogachtigen, dus ook geen
kwijlen. Niet overhangend, daar dit belemmerend zou werken bij het aangrijpen
van het wild. De hond zou zijn eigen lippen kunnen beschadigen.
Kenmerkend is echter bij de Dogo Argentino, dat hij iets losse mondhoeken houdt.
Wanneer de hond de prooi goed vastheeft, biedt deze eigenschap de mogelijkheid
om door te blijven ademen. Ook de goed geopende neusgaten en het iets opliggen
van de neusspiegel zijn tekenen van functie. Immers bij de F.C.1. is onze Dogo
Argentino geregistreerd in groep 5; lopende honden.
Functie keelhuid: De standaard praat over een krachtige hals met goede
spierreliëfs maar ook van keelhuid, zichtbaar in twee wammen. Meestal ontsiert
veel keelhuid de sierlijke hals. Echter bij de Dogo Argentino is de keelhuid
Functioneel: Doordat de keel voorzien is van rekbaar soepele keelhuid,
die niet strak en vast met de onderhuidse bindweefsels en spieren aan het
lichaam vastzit, biedt deze eigenschap bescherming legen verwondingen aan de
keel. De tegenstander die met grote scherpe klauwen en met bijten zich tegen de
Dogo Argentino wil verdedigen, krijgt hierdoor minder kans de hals en slagaders
te beschadigen.
Oordracht en stand: Alhoewel de standaard melding maakt van het gewenste
niet te lang gecoupeerde Dogo Argentino-oor, ziet men de laatste jaren alleen
nog Dogo Argentinos met gave oren. Dit in verband met de Nederlandse wet die het
couperen van hondenoren verbiedt. Het land van oorsprong, heeft helaas de
standaard nog niet aangepast, voor die landen waar een coupeerverbod geldt.
Alleen het land van oorsprong heeft het recht om de standaard te wijzigen of aan
te passen. De Nederlandse kynologie moet zich dus zelf gaan beraden over de
nieuwe oorvorm en dracht bij de Dogo Argentino
( Informatie bron Del Grande Casador Branco )





