Ras: Duitse Dog
Andere naam: Deutsche Dogge en Deense Dog
Oorsprong: Duitsland
Gehouden als: Waak en gezinshond
Grootte: Reuen min. 80 cm en teven min. 72 cm
Gewicht: 50-70 kg
Kleur: Geel, gevlekt, gestroomd, zwart en blauw
Vachtsoort: Kortharige dichte en glanzende vacht
Gem. Leeftijd: 9-10 Jaar
Bijzonderheden: Kans op heup en elleboogproblemen en bottumoren
Kenmerken:
- Gevouwen oren
- Hoog ingezette spits toelopende staart
- Stevige gespierde poten
- Lange kop met rechthoekige snuit
- Vierkant lichaam
- Korte rug
- Opgetrokken buik
Herkomst: Ten onrechte ook wel Deense Dog genoemd. Oorsprong gaat ver terug in de tijd. Een zwaar slag Dog uit Denemarken werd eind negentiende eeuw in Duitsland veredeld door kruising met een windhond.
Algemeen voorkomen: Verenigt in zijn gehele edele verschijning - die een krachtige en solide lichaamsbouw verraadt - trots, kracht en elegantie.
Vacht: Kort, dicht, glad aanliggend en glanzend. Gestroomd - goudgeel, met scherpe zwarte dwarsstrepen; geel - goudgeel met zwart masker; blauw - staalblauw, witte aftekening is toegestaan; zwart - glanzend zwart; gevlekt - zwart-witgevlekt of wit met gelijkmatig verdeelde zwarte vlekken.
Gezondheid: Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie.
Aard: Vriendelijk, aanhankelijk tegenover de gezinsleden; terughoudend en wantrouwend tegenover vreemden.





