Ras: Entlebucher Sennenhond
Oorsprong: Zwitserland
Gehouden als: Waak en gezinshond
Grootte: Reuen 44-50 cm en teven 42-48 cm
Gewicht: 22-32 kg
Kleur: Zwart met roestbruine en witte aftekeningen
Vachtsoort: Korte, dichte, stugge en glanzende bovenvacht met een fijne ondervacht
Gem. Leeftijd: 11-13 Jaar
Kleine Introductie:
De Entlebucher Sennenhond is een prachtige, middelgrote, van oorsprong
Zwitserse hond. In het Alpengebied werd de hond gebruikt voor het hoeden van het
vee en het bewaken van het erf.
Later, in het midden van de twintigste eeuw, werd de hond vanwege zijn
bijzondere eigenschappen als gezelschapsdier en familiehond gehouden.
Wie voor
een Entlebucher Sennenhond kiest, krijgt een levendige, zelfverzekerde en
intelligente huisgenoot. De Entlebucher is ook een fantastische 'kinderhond'.
Het hoeden (beschermen) van de kleinsten zit de hond in het bloed.
Met zijn mooie tekening, zijn stabiele karakter, eigenzinnigheid en levenslust
is het een mooie karakteristieke hond voor buitenleven!
Geschiedenis:
De 'Entlebucher' is de kleinste van de vier Zwitserse Sennenhonden. Hij komt
oorspronkelijk uit Entlebuch, een dal in de kantons Luzern en Bern. De eerste
beschrijving ervan onder de naam 'Entlibucherhund' stamt uit 1889. Nog lang
daarna wordt geen onderscheid gemaakt tussen de Appenzeller (een formaat groter)
en de Entlebucher Sennenhond.
In 1913 worden op de hondententoonstelling in Langenthal vier exemplaren van
deze kleine drijfhond met korte staart aan Professor Heim, de grote beschermer
van de Zwitserse Sennenhondenrassen, voorgesteld. Op basis van de keurverslagen
worden zij als vierde Sennenhondenras in het Zwitserse hondenstamboek
ingeschreven. De eerste standaard werd echter pas in 1927 opgesteld.
Op 28 oktober 1926 wordt op initiatief van dr. B. Kobler de Schweizerischen
Klubs für Entlebucher Sennenhunde opgericht en hiermee neemt ook de fok van
raszuivere honden en de bevordering van het ras een aanvang.
Zoals blijkt uit het geringe aantal inschrijvingen in het Zwitserse
hondenstamboek ontwikkelt het ras zich slechts langzaam. Toen men tot de
ontdekking kwam dat de Entlebucher naast de aangeboren eigenschappen als
levendige en onvermoeibare drijfhond ook een uitstekende gebruikshond was werd
het ras opnieuw ontdekt. Op dit moment - hoewel het ras nog niet groot is - zien
steeds meer mensen de Entlebucher als een energieke en fantastische familiehond.
Raskenmerken:
- Middelgrote, compact gebouwde hond, die iets langer is dan hoog.
- Driekleurig zoals alle Sennenhonden.
- Opgewekte, schrandere en vriendelijke gelaatsuitdrukking.
Belangrijke grootte en verhoudingen
- Schofthoogte reuen: 44 - 50 cm (limiet 52 cm).
- Schofthoogte teven: 42 - 48 cm (limiet 50 cm).
- Verhouding schofthoogte - romplengte: 8 : 10.
- Verhouding snuitlengte - hersenschedellengte: 9 : 10.
Gedrag en karakter
- Levendig, temperamentvol, zelfverzekerd en onbevreesd.
- Tegenover bekenden goedmoedig en aanhankelijk
- Tegenover vreemden iets wantrouwend
- Onomkoopbare waker, opgewekt en leergierig
- Zeer vriendelijk voor kinderen
Beharing:
Aard van het haar: Stokhaar Dekhaar kort, stevig aanliggend, hard en
glanzend. Dichte onderwol
Kleur van het haar en aftekening: Typische driekleur. De hoofdkleur is
zwart met zo symmetrisch mogelijke geel- tot roestbruine en witte aftekeningen.
De geel- tot roestbruine aftekeningen bevinden zich boven de ogen, aan de
bakken, aan de snuit en de keel, aan de zijkanten van de borst en de vier poten.
Bij deze laatsten ligt het geel- tot roestbruin tussen het zwart en het wit.
Onderwol: donkergrijs tot bruinachtig.
Witte aftekeningen: Goed zichtbare smalle witte bles die van de
bovenschedel zonder onderbreking doorloopt over de neusrug en die de snuit
geheel of gedeeltelijk kan omvatten. Wit vanaf de kin over de keel, zonder
onderbreking tot aan de borst. Wit aan alle vier de poten. Ongewenst, echter
getolereerd: kleine witte nekvlek (niet groter dan ongeveer een halve handpalm).
Bij een lange staart is een wit puntje gewenst. Details
Bij de keuring worden de honden nauwkeurig op een groot aantal punten
beoordeeld. Die punten zijn ook bij het fokken van de honden van groot belang,
juist om het ras zuiver te houden. Hier onder zijn de kenmerken van de bouw:
hoofd, schedel, aangezicht, ledematen, gangwerk, beharing,
tekening
gedetailleerd beschreven.
Hoofd
In juiste verhouding tot de grootte van het lichaam, iets wigvormig en droog. De
lengte-as van de snuit loopt min of meer evenwijdig aan die van de bovenschedel.
Bovenschedel
De schedel is vrij vlak en relatief breed, op zijn breedst ter hoogte van de
ooraanzet. Hij versmalt iets naar de snuit toe. De jachtknobbels zijn nauwelijks
zichtbaar. De voorhoofdsgroeve is weinig ontwikkeld en de aanzet van het
voorhoofd (stop) is weinig uitgesproken.
Aangezicht
- Neus zwart, iets uitstekend over de voorste lippenwelving.
- Snuit krachtig, goed van vorm, duidelijk onderscheid tussen snuit en voorhoofd
en tussen snuit en bakken. De snuit versmalt gelijkmatig, maar wordt niet spits.
Ze is iets korter dan de afstand tussen stop en achterhoofdsbeen.
- De neusrug is recht. -Bakken weinig ontwikkeld.
- Lippen weinig ontwikkeld, tegen de kaken aanliggend en zwart gepigmenteerd.
- Gebit krachtig, regelmatig en volledig schaargebit. Tanggebit getolereerd. Het
ontbreken van 1 tot 2 PM1 (Premolaren 1) wordt getolereerd. De M3 (Molaren 3)
blijven buiten beschouwing.
- Ogen vrij klein, donker- tot hazelnootbruin, min of meer ovaal met een
levendige, vriendelijke en opmerkzame uitdrukking. Oogleden goed aangesloten en
de rand is zwart gepigmenteerd.
- Oren niet te groot, hoog en relatief breed aangezet. Stevig en goed ontwikkeld
oorkraakbeen. Afhangend, driehoekig van vorm en aan de punt mooi afgerond. In
rust vlak aanliggend en bij aandacht aan de aanzet iets opgetrokken en naar
voren gericht.
- Hals vrij kort en gedrongen, krachtig en droog, loopt zonder overgang over in
de romp.
- Romp krachtig, iets gestrekt. Borst Breed, diep, tot aan de ellebogen reikend
met een duidelijke voorborst. Ribbenkast langgerekt en rond-ovaal van doorsnede.
-Ribben matig gewelfd.
- Rug recht, stevig en breed, betrekkelijk lang.
- Lendenen krachtig, soepel en niet te kort.
- Kruis Iets afvallend, betrekkelijk lang.
- Onderlijn en buik Iets opgetrokken.
- Een in het verlengde van het licht afvallende kruis aangezette natuurlijke
staart. Er wordt gestreefd naar een zwevende of hangende staart (geldig sinds de
inwerkingtreding van het coupeerverbod), of aangeboren korte stompe staart.
-Natuurlijke en stompe staart zijn gelijkwaardig.

Ledematen
- Voorhand krachtig en gespierd, maar niet te zwaar. Niet te nauw of te wijd
geplaatst.
- Voorpoten kort, fors, recht, evenwijdig en goed onder het lichaam geplaatst.
- Schouders gespierd, schouderblad lang, schuin geplaatst en goed aanliggend.
- Bovenarm even lang als, of slechts iets korter dan het schouderblad. Hoek met
het schouderblad ca. 110-120 graden.
- Ellebogen goed aanliggend.
- Onderarm betrekkelijk kort, recht, goed stevig bot en droog.
- Middelvoet van voren gezien een rechtlijnige verlenging van de onderarm. Van
opzij gezien iets gehoekt, betrekkelijk kort.
- Voeten kattenvoeten, gesloten, met gewelfde tenen, recht naar voren gericht.
-Nagels kort en krachtig. De voetzolen zijn stevig en taai.
- Achterhand goed gespierd, dijen breed en krachtig. Van achteren gezien niet te
nauw, recht en evenwijdig geplaatst.
- Bovenbeen tamelijk lang, vormt met het onderbeen een vrij stompe hoek.
- Onderbeen ongeveer even lang als het bovenbeen, droog.
- Spronggewricht krachtig, relatief laag aangezet, goed gehoekt.
- Middelvoet vrij kort, robuust, loodrecht en evenwijdig geplaatst. De
wolfsklauwen moeten verwijderd worden. Voeten gelijk aan de voorhand.
Gangwerk
Ruimgrijpende, vloeiende, vrije beweging met een krachtige stuwing vanuit de
achterhand en met, zowel van voren als van achteren gezien, een rechtlijnige
beweging van de ledematen.
Afwijkingen
Iedere afwijking van de hiervoor genoemde punten wordt bij de beoordeling van de
hond als `fout' beschouwd. Belangrijk is om te zien in welke mate afgeweken
wordt van de rasstandaard. Als de afwijking te groot zijn, dan zal de hond niet
als `geschikt' voor de fok worden beoordeeld:
Omschrijving afwijkingen
- Te groot of te klein
- Bolle schedel
- Te korte, te lange of spitse snuit
- Ramsneus
- Te lichte, te diep liggende of uitpuilende ogen
- Oren te laag aangezet, te klein of te spits, afstaand gedragen, vouw-oor
- Lichte voorbeet
- Het ontbreken van tanden, buiten 2 premolaren 1 (M3 worden buiten beschouwing
gelaten)
- Te korte rug, zadel- of karperrug
- Overbouwd of sterk afvallend kruis
- Borstkas spichtig of tonvormig, ontbreken voorborst
- Knikstaart of over de rug gedragen staart
- Te fijne ledenmaten, onvoldoende of te sterk gehoekt, niet goed geplaatst,
koehakkig, 'O'benig of te nauw gaand
- Zwakke of doorgezakte pols
- Haze- of niet gesloten voeten
- Sterke afwijking van de proporties
- Te grove of te fijne botten
- Onvoldoende spiermassa
- Onvoldoende sluiting van de oogleden
- Licht golvend haar op schoft en/of rug word getolereerd maar niet is niet
gewenst
Fouten in de aftekening
- Onderbroken bles
- Te grote witte nekvlek
- Doorlopende witte halsring
- Onderbroken wit van de borst
- Duidelijk verder dan tot aan de pols reikend wit. (Stiefel)
Karakterzwakte
Agressiviteit

Afkeuring
- Gele roofvogel-ogen, gedeeltelijk blauwe ogen, blauwe ogen
- Krulstaart Te lang, zacht haar
- Het ontbreken van 1 van de 3 kleuren
- Een andere dan een zwarte hoofdkleur
- Ectropion, entropion
- Steil gehoekte voorhand Voor- of onderbeet te groot of te klein
- De reuen dienen twee duidelijke normale teelballen te hebben, die zich
volledig in het scrotum bevinden.
( Informatie bron ESVN )





